vrijdag 7 oktober 2011

Komt die pet uit Amerika?

Vandaag woon ik officieel dertien jaar in Nijmegen. Op 7 oktober 1998 trok ik in dit, toen nieuwe, appartement. Nooit had ik voorheen kunnen denken dat ik op een keer mijn geboortestreek Brabant zou verruilen voor Gelderland, mijn geboortestad Den Bosch voor Nijmegen. Maar het gebeurde.

Aanvankelijk was het moeilijk voor me. Het duurde ongeveer zestien maanden voor ik 's nachts een keer normaal doorsliep. Ik leed erg aan de verhuizing, die heimwee had ik niet verwacht. Intussen woon ik hier vrij en blij, heb ik mijn weg gevonden en die merkwaardige heimwee van toen bestaat niet meer.

We gaan er dan ook handig mee om. We weten de weg en de leuke ambiances. We vieren het leven, zal ik maar zeggen. Het mag onderhand ook wel. Zo zijn we gisteren weer eens heerlijk op stap geweest. We probeerden eindelijk onze angst voor het thermaalbad in Arcen te trotseren. Na het immense ziekbed van Frans dachten we er nooit meer te komen. Maar wat is hij sterk!

Uitstappen en afwachten tot we binnen zijn...
- Komt die pet uit Amerika, Frans?
- Nou ja, er staat Vroom & Dreesman in, Ine.

Alles is hier nog hetzelfde.
En wat te denken dat we zowaar straks warm buiten zullen zwemmen in de regen?


Dat heb je mooi volbracht, alter ego, het belooft fijn te worden.


 Eerst even naar het sanitair in de kelder geweest.
Je kunt maar beter onbezorgd zijn als je in het water bent.


Toch nog even thee en koffie bestellen.
De rit was best lang voor ons en de dorst niet gering.


Toen we eenmaal in het verrukkelijke water waren, genoot hij met volle teugen van de luxe verwennerij en van de gezonde massage van het water. Maar ik ook. 

Thuisgekomen had ik de traiteur besteld, d.w.z. dat de kippensoep en de Chinesche maaltijd van de slager in Beek kwamen. Het was heerlijk en ouderwets gezellig aan tafel. Dit genoeglijke aspect hebben we heel lang gemist. Maar nu is het des te mooier, want dit is iets dat niet meer mogelijk leek en toch bestaat.

Ja moeder, het is allemaal echt.

- Lekker soepje, Ine.
- Het komt van de slager, Frans.

Kijken naar GTST en Overspel.
Hoe ontspannen wil je het hebben?
De allereerste avond in elkaars gezelschap na bijna twee jaar.
 

- En nu ga ik naar huis. Wil je me even brengen?
- Dacht je dat ik je in het donker en in de kou alleen over straat naar huis liet gaan?


    

zaterdag 1 oktober 2011

HERFST MET CACHET

Het gebeurde gisteren dat de zon scheen alsof er licht brandde in de grote kamer van de buitenwereld, ik was in Catharinahof en keek naar buiten. Het was een licht dat alleen van de herfst kon zijn, een licht van een ongekende helderheid die zelfs de zomer niet in zich heeft, niet met zich meedraagt, hoe vreemd het ook lijkt dat de herfst het qua licht zou kunnen winnen van de zomer, ik heb het zo ervaren.

Het was een momentopname, zoals trouwens elke lichtval dat is. Maar deze had iets bijzonders, iets ijls, iets krachtigs en iets tekenends, alsof er een afstandelijk blauwe kleur in bestond die naar antracietgrijs neeg en zich als een hoge, nieuwe muur wilde optrekken om zich daar in de hoftuin voorgoed te vestigen.

Och, ik kan het niet verklaren, het was gewoon een hoog moment waar ik met verbazing bij bleef stilstaan, ernaar keek, het wilde behouden, tegelijkertijd wetend dat het niet vast te pakken was, zoals zoveel schoons niet aanraakbaar is, maar wel zichtbaar en op afstand enigszins voelbaar; nee, het licht van de boude kosmos laat zich niet pakken, niet vatten, niet door een mensenhand van de hemel plukken, het is ook niet in te palmen door een mensenbrein, het hemellicht is vluchtig, snel, slim en helemaal van zichzelf; al is de natuurwetenschap al wel ver gevorderd, is veel natuurkennis reeds omgezet in het praktische gebruik van de onzichtbare, verwonderlijke magie bijvoorbeeld via elektriciteit, chips en wat allemaal nog meer.

Het moment van die buitenkamer vol van heilig licht maakte van de herfst een chique oude heer, een heer met een blauwgrijze mantel, zo’n loden mantel van Steinbock, waarin de rijken zich tonen zodra de frisheid het toelaat. Maar waarom kom ik met mijn gedachten over de herfst toch altijd weer uit bij het beeld van een oude(re) heer? En waarom heb ik een zwak voor loden mantels van Steinbock en dergelijke gecultiveerde merken? En waarom heeft de herfst altijd mijn voorkeur gehad boven de andere seizoenen?

Ik heb het reeds lange tijd bepeinsd maar het antwoord nog niet gevonden, ook niet al hebben vriendinnen me gewezen op de herinnering aan een vorig leven; spijtig voor hen, maar daar geloof ik echt niet in. We leven in het nu, het is vandaag en niet ooit, niet toen, het is nu. Weet je wat het is? Het is herfst, herfst met cachet, en dat doet me denken aan die oude heer die van wijsheid en statigheid getuigt, en van cachet. Ik houd van stijl en allure, niet per se om zelf uit te dragen maar om naar te kijken en ervan te genieten. Cachet maakt meer mens van een mens.
2 oktober 2008 / 2 oktober 2011

maandag 26 september 2011

Een verjaardag op een zondag

Om niet te vergeten, wordt hier een aantal fotootjes geplaatst dat gisteren is gemaakt ter herinnering aan de tachtigste verjaardag van emeritus Frans Boddeke CSsR. De vrienden die erop staan, mogen zich er gerust in herkennen. Het was een prachtig gezelschap, gistermiddag, in hotel Courage Sionshof. Kijk maar mee:
Frans, Marioes, Liduine

Louis, José, Arold, Asha, Flemming, de serveerster met de koffie en op de voorgrond Ria 

Frans Grisel en Joop

Frans, Ben en Herman

Ben ziet mij, we begroeten elkaar allerhartelijkst

Liduine, Frans, Herman

Ja, ja, langzaam maar zeker komen de gasten allemaal binnen.
In de tas van Harrie zit Billy, de unieke teckel Verel van ruim 16 jaar.
De mooie dame is Diny, zijn vrouwtje. Voorop staat Herman.

Ine & darling Billy

Pater Ignaz krijgt koffie

Broeder Jozef en andere gasten die binnenkomen

Pater Ad, zuster Regina en zuster Brigit

Mooi, zo samen op de foto

Frans en Ad, confraters

Frans en Adelheid

Roos, Frans, Wim

Wim, Roos, Corrie, Ros, Frans, Ad en broeder Jozef

Gé is binnengekomen...


Herman en Ank

Als klavertje vier aan tafel

Phily en Sybil

Alex, Anita, Louis

Frans Simons vraagt of hij bij de dames mag zitten

Frans en Gé

Gé, Joost, Jozef, erachter staat Gerard

Een geheiligd drietal

Ze zingen!

Frans signeert het boek Hoe dan ook 

José, Ine, Arold

Lucy kwam ook even langs

Frans en Hanneke

Allemaal mooie, lieve en wijze mensen

Regina

Dat handje aan dat oortje van Gerard... het gebaar herken ik wel

Zingen! Zingen!



Phily wacht op de auto met Sybil

Frans speecht

Boek gesigneerd, dank je wel, Frans...

Hallo Flemming! Wil je een handtekening? Wat wil je erin hebben?

Nog even een babbeltje met Flemming alias Ciske de Rat alias Spijker, alias zangertje in Joseph 

Het lijkt een vergeten hoekje, maar ik heb ze vanaf mijn plaatsje al die tijd graag gezien!

Is Joost niet vrolijk?

Alles overziend, heel content
Last but not least: de jarige zelf. Wat denkt hij nou?

Thuis op de grote tafel... alles uitpakken. Gezellig!
Het was een heel fijne middag met heel fijne mensen.
Iedereen oprecht bedankt!
En Frans nog een gelukkig leven in de gloria!

zaterdag 24 september 2011

Zomertuin

Ja, hij gaat dicht, maar in november gaat het hek weer open: op de zondagen. Dan struinen we weer, zij het met winterbandjes onder de kiakoets, naar Bij De Dames in Langenboom.



De notenboom zal leeg zijn, de appels en de peren op en de bloemen verdwenen, maar ook een wintertuin heb ik lief. Toen we gisteren genoten van de rust en de schoonheid voelden we ons rijk, dat werkt heel goed ook al is het een geleende tuin voor een uurtje of wat.


We genoten van de aanblik van de rode sterappeltjes. Zo stonden te sier in het weiland achter de tuin, maar ook op de afrastering van riet tussen tuin en weiland.

En nu ga ik koffiedrinken. Ik moet nog douchen. Dat doe ik erna. Dag wereld. Het leven is goed.

zondag 18 september 2011

Daar moet je geen drama van maken, zus


Een trap als een Jacobsladder

Soms weet ik het niet meer. Dan zou ik willen vertrekken, het huis uit, de straten uit, de wereld uit, ja dan wil ik zelfs de wolken voorbijgaan richting de verste verte van het firmament, waar je niemand tegenkomt. Vreemd, want zo’n verlangen te vluchten is een reflex op een gevoel van verlatenheid. Heel merkwaardig wil je uitgerekend door dat verlaten gevoel de leegte in, wil je een plek vinden van rust en verder niets.

Onzin. Je wilt helemaal niet weg. Je wilt thuis zijn, vertrouwd, knus, gezellig. Eigen haard is goud waard. Dat besef je al te goed. Ook weet je uit ervaring dat alleen zijn zijn tol eist. Je moet het immers altijd volhouden met jezelf, er is verder geen mens om tegenaan te praten, die je kunt vertroetelen of die jou vertroetelt. Je kopje thee wordt altijd door jóú gezet en de tafel wordt alleen door en voor jóú gedekt. Daar moet je geen drama van maken, zus. Je hebt het goed, dus weet je gezegend, zwijg en geniet.

Ik krauw mijn vogeltje, strijk neer op de bank en ga zitten zappen. Mijn rare reislust is alweer over. Ik ben weer terug bij mezelf, terug in de vertrouwde wereld van ons allemaal. Het is er best goed. Mijn wanhoop was een momentopname. Gelukkig wel.

zaterdag 17 september 2011

Met mijn hoofd in de wolken

Ze had wolken op de prent gezet, en huizen en bossen en weiden en akkers en haar hondje en een mannetje dat ze haar vriendinnetje noemde. Ze ging een ijsje met haar eten en zie, ze vroeg wat we ervan dachten, van dat ijsje. Maar ik zat nog met mijn hoofd in die wolken van haar en het ijsje was goed voor later. Dit schreef ik aan Klaproos, de bolleboos in van alles; ik meen het, en dat weet ze wel:

Ik denk dat dit weer mooi is en ik denk ook dat de wolken vroeger, heel vroeger toen er nog niks aan elektriciteit bestond en alzeker geen digitale snelwegen, dat in die heel oude tijd de wolken voor goden werden aangezien en dat vanuit de wolken de godsdiensten zijn ontsproten: uit angst voor het onbekende en voor die grote donderkoppen en uit mindere angst voor de kleinere wolkskes die de engelkes werden. Dat denk ik. Lekker ijsje!